Waarom gebruik ik een digitaal portfolio?
De eerste reden is erg simpel: op deze manier heb ik een heel groot kladblok.
Ik kan alle informatie gelijk digitaliseren en toegankelijk maken voor mijzelf
en voor anderen. Op deze manier vergeet ik niets en kan ik allerlei verbanden
zien tussen de verschillende bronnen. Voor een ongeorganiseerd persoon als ik
was er maar één manier om mijn onderzoek systematisch en gestructureerd
aan te pakken: een groot digitaal kladblok dat altijd en overal te raadplegen
is. In de tweede plaats vond ik het belangrijk om het onderzoek op een andere
manier aan te pakken dan gebruikelijk. Bij het lezen van twee andere doctoraalscripties
over Paul Ehrenfest vroeg ik me af hoe deze studenten te werk zijn gegaan. Een
wetenschappelijk historisch onderzoek kan veel omvangrijker zijn dan een theoretisch
wetenschappelijk onderzoek. Hoe hebben zij al hun informatie opgeslagen en verwerkt
in de scripties die voor me lagen? Deze digitale verslaglegging is vooral bedoeld
voor mijn afstudeerbegeleider Frans van Lunteren om mijn vorderingen bij te
houden maar juist ook voor anderen, die in de toekomst met dit onderzoeksthema
aan de slag gaan.
Waarom doe ik dit onderzoek bij het instituut voor Geschiedenis en
Grondslagen?
Al bij mijn studiekeuze in 1998 besloot ik te kiezen voor de Universiteit Utrecht,
omdat er een speciale 'geschiedenis' afstudeerrichting bestond bij de Utrechtse
faculteit Natuur- en Sterrenkunde. Uit het vakkenoverzicht
blijkt wel dat ik me in mijn natuurkundestudie zo breed mogelijk geprobeerd
heb te oriënteren. De 'sociale' kant van de exacte wetenschappen heeft
me altijd enorm geïnteresseerd. Maar om mezelf te overtuigen besloot ik
om mijn klein onderzoek van twaalf ECTS binnen de experimentele natuurkunde
te doen. Als extra uitdaging ging ik naar Sint Petersburg waar ik optische metingen
deed aan fotonische kristallen. Daar, in het Ioffe-instituut
(jawel, vernoemd naar die goede vriend van Ehrenfest) merkte ik na twee maanden,
ondanks kleine wetenschappelijke successen, dat de experimentele natuurkunde
voor mij toch niets is. Medio 2004 deed ik tentamen in het vak Geschiedenis
van de Moderne Natuurkunde en besloot hiermee verder te gaan in mijn groot onderzoek.
Op 4 januari 2005 had ik de eerste afspraak, waar ik e.e.a. aan literatuur meenam.
Op 19 januari schreef ik mijn eerste onderzoeksvoorstel.
Waarom Paul Ehrenfest?
Uit de studiegids bleek dat de vakgroep Geschiedenis en Grondslagen van de Natuurwetenschappen
(IGGN) onder andere bezig was met de (Nederlandse) natuurkunde in het interbellum.
Voor mijn eerste gesprek heb ik me proberen in te lezen. Niet via een standaardwerk
over de Geschiedenis van de Moderne Natuurkunde, maar via een recent verschenen
doctoraalscriptie van Kai
de Jong over de natuurkundige Fokker. Het was een uitgebreide verhandeling
over de Nederlandse natuurkunde in de eerste decennia van de vorige eeuw. Het
heeft mij enorm geïnspireerd en ik heb ingezien dat Paul Ehrenfest één
van de sleutelfiguren was in die tijd. Na het eerste gesprek heb ik de biografie
van Martin J. Klein over Ehrenfest gelezen. Dit eerste deel is een hele mooie
uitvoerige beschrijving van Ehrenfest's leven tot en met 1920. Een tweede deel
is er (nog) niet, dus voor mij was het interessant om juist meer te weten te
komen over het leven en werk van Ehrenfest in die volgende jaren. Uiteindelijk
koos ik voor de tijdsspanne 1916 - 1925. Er bleek heel veel authentiek materiaal
te zijn in deze periode. Ik had niet de illusie het tweede deel van Klein's
biografie te willen schrijven, maar ik wilde graag meer lezen over de tijd waar
Klein is opgehouden. In die zin is mijn scriptie een compilatiescriptie van
een bepaalde periode met daarin wetenschapinhoudelijke elementen.