Het model van Joseph Thomson
(1907)
Een vraagstuk waar onderzoekers
uit de 19e eeuw voor kwamen te staan was het volgende: als zij
probeerden een elektrische stroom te jagen door glazen buizen met daarin
slechts minieme hoeveelheden lucht, dan kwam er soms een zwakke lichtplek op de
glazen wand. Men dacht dat deze lichtplekken veroorzaakt werden door stralen
die men kathodestralen noemde. Waaruit bestonden deze stralen nou eigenlijk? In
Engeland hadden natuurkundigen beargumenteerd dat deze stralen uit deeltjes
bestonden. Duitse natuurkundigen waren het hier niet mee eens. Zij dachten aan
een soort van elektromagnetische straling. Hoogste tijd voor verder onderzoek.
De Engelse natuurkundige Joseph J. Thomson deed in
1897 proeven met deze onzichtbare en mysterieuze kathodestralen. Thomson
slaagde erin de stralen af te laten buigen onder een elektrisch veld en
concludeerde dat de stralen een negatieve elektrische lading hadden. Uit eerder
onderzoek bleek al dat deze stralen ook afbogen onder een magnetisch veld.
Van deze beide eigenschappen maakte Thomson gebruik.
In zijn experiment liet hij het elektrische veld de straal in de ene richting
afbuigen en het magnetische veld boog de straal in de andere richting af. Thomson
veronderstelde dat de straal uit deeltjes met massa ‘m’ en
elektrische lading ‘e’ bestond. Hij vond uit het bovenstaande
experiment de verhouding e/m. De waarde van ‘e’ was uit
elektrolyse-experimenten reeds bekend. The waarde van e/m toonde aan dat de
massa van het deeltje ongeveer 2000 keer kleiner is dan die van het simpelste
atoom H (waterstof). Thomson concludeerde dus uit zijn metingen dat de deeltjes
duizenden keren kleiner waren dan atomen. De volgende applets laten dit
experiment zien.
v
Interactieve animatie van het e/m experiment (Shockwave)
v
Interactieve animatie van het e/m experiment (JAVA)
Thomson toonde dus aan dat de kathodestralen bestonden
uit deeltjes met een negatieve elektrische lading. Deeltjes die veel kleiner
waren dan atomen. Thomson had het eerste subatomaire deeltje gevonden. Een
belangrijke aanwijzing over de inwendige bouw van het atoom. Luister wat hij er
zelf over te zeggen had:
v
Joseph Thomson over
atoomstructuur (wav)
Thomson dacht dat alle atomen deze deeltjes (later
elektronen genoemd) bevatten. Thomson theoretiseerde dus dat het atoom uit
meerdere kleine onderdelen met negatieve lading bestond. Deze elektronen lagen
als het ware ingekapseld in de positieve lading die zich over het hele atoom
uitstrekte. Het puddingmodel of krentenbolmodel was geboren.